Kan je last hebben van een vaccinatiea

Ja, vrijwel iedereen heeft één tot twee dagen min of meer last van een vaccinatie.
 

Een vaccinatie doet meestal pijn. De BMR-prik doet over het algemeen wat meer pijn dan de andere RVP-vaccinaties. De pijn is van korte duur en duurt vaak niet langer dan een dag. Verder is het normaal dat de plek van de prik iets dikker, rood en warm wordt. Lichte temperatuurverhoging is ook heel normaal. Kinderen kunnen een dag of iets langer hangerig zijn, minder goed drinken of eten, iets meer huilen en iets meer slapen dan normaal.
Na DKTP-Hib-, DKTP-Hib-HepB-, DKTP-, DTP-, MenC-, Pneu-, HPV- of HepB-vaccinatie reageert het kind meestal binnen 24 uur, soms later (tot 72 uur). Na een BMR-vaccinatie treden de algemene reacties pas later op, zo tussen de vijfde en twaalfde dag na vaccinatie. Dat komt doordat het vaccin verzwakte virussen bevat die de tijd moeten hebben om zich te vermenigvuldigen. In die periode treedt soms ook een lichte huiduitslag op.
 

Het is eigenlijk heel logisch dat je last kunt hebben van een vaccinatie. We brengen immers een lichaamsvreemde stof in het lichaam met de bedoeling dat het lichaam daarop reageert. In de meeste gevallen gaat het om vervelende, maar gelukkig niet ernstige en snel voorbijgaande reacties.

Ja, vaccinaties zetten het lichaam aan tot de vorming van antistoffen.
Internationale onderzoeken bevestigen daarnaast de waarnemingen van ouders en artsen dat er wel degelijk bijwerkingen op korte dan wel op langere termijn aan het vaccineren moeten worden toegeschreven. Dit kunnen zeer verschillende nadelige effecten zijn, zoals beschreven in het PostVaccinaalSyndroom door Tinus Smits.
 

Bij toeval ontdekte Drs. Viera Scheibner bij haar onderzoek (vanaf 1986) naar de invloed van stress op de ademhaling van baby’s het effect van vaccinaties op de ademhaling. Zij volgde gedurende 21-25 dagen na vaccinatie het stresspatroon van baby’s. Alle baby’s lieten een stressreactie zien, waarbij de intensiteit van de verstoring per baby verschilde van sterk verminderd ademhalingsvolume tot apneu, ademhalingsstilstand.
Bij prematuren wordt hier ook rekening mee gehouden en wordt de eerste vaccinatie gezet, wanneer zij nog aan de bewaking liggen om bij ademhalingsstilstand direct in te kunnen grijpen.
Scheibner ontdekte een vast reactiepatroon; de eerste 2 dagen, een scherpe stijging van de perioden met ademstilstand; de 5e dag een lichte stijging; rond de 15/16e dag een redelijk sterke stijging; op dag 21 een scherpe kortdurende piek.
Ditzelfde had de Hongaarse arts Hans Selye
in 1937 al ontdekt: wanneer een mens een toxische stof binnenkrijgt – bijvoorbeeld zoals nu bij een vaccinatie – dan probeert het lichaam direct om zich van deze toxische stoffen te ontdoen volgens een typerende serie van reacties. Hij noemde dit vaste patroon van activiteiten (fasen): het non-specific stress syndrome. De verschijnselen komen overeen met het PostVaccinaalSyndroom.
 

Fase I – alarm: uur 4; uur 13; uur 48.
Het lichaam is acuut aangedaan: alle verdedigingsmechanismen worden gemobiliseerd; Er is een sterke stijging in de corticoïde (in de bijnierschors geproduceerde hormonen) activiteit;
Fase II – weerstand: dag 5, 6 of 7; dag 10 of 11.
Het lichaam is op het toppunt van weerstand tegen de giftige stof(fen);
Fase III – uitputting: dag 14-16; dag 21-24; dag 28; dag 47.
Dit is de meest kritische fase, iedere verdediging is uitgeput. Het lichaam gaat nu ten onder, of weet zich weer te herstellen.
 

Ouders zijn wel bedacht op een reactie in de eerste dagen na de vaccinatie, maar niet meer op de 16e en 21e dag. Ook lang hierna kunnen klachten ontstaan, die aan de vaccinaties gerelateerd zijn. Het is niet “toevallig” dat er klachten na een vaccinatie ontstaan. Het bijhouden van een dagboek en het maken van foto’s en films kan inzicht geven in de reactie van uw kind op de vaccinatie. (zie het antwoord bij deze vraag)