Op welke leeftijden krijgen kinderen de RVP-vaccinatiesa

De opbouw van een vaccinatieprogramma hangt af van vele factoren, zoals de leeftijd waarop een ziekte een groot risico vormt, de beschikbaarheid van vaccins, en de organisatie en de financiering van de gezondheidszorg. Bij de samenstelling van een vaccinatieprogramma wordt altijd rekening gehouden met deze factoren. Dat is één van de redenen waarom vaccinatieprogramma’s van land tot land kunnen verschillen, óók binnen de Europese Unie. Sinds februari 2015 ziet het RVP-schema er als volgt uit:
 
Leeftijd         Injectie 1      Injectie 2
0 maanden  HepB*
2 maanden  DKTP-Hib-HepB  Pneu
3 maanden   DKTP-Hib-HepB
4 maanden   DKTP-Hib-HepB + Pneu
11 maanden DKTP-Hib-HepB  + Pneu
14 maanden  BMR + MenC
 
4 jaar  DKTP
 
9 jaar  DTP  BMR
 
12 jaar HPV***
HPV*** (1 maand na 1ste)
HPV*** (6 maanden na 1ste)
 
*  Alleen voor kinderen van wie de moeder besmet is met het hepatitis B-virus.
*** Alleen voor meisjes

Omliggende landen hanteren voor hetzelfde vaccin soms schema’s als 2, 4, en 6 maanden, of 3, 5, en 12 maanden.
 
Door de keuzevrijheid in Nederland is het mogelijk om later te beginnen met vaccineren en er is de keuze van wel of niet en geheel of gedeeltelijk vaccineren.

Indien u later begint met vaccineren zijn er vaak minder vaccins nodig. Vanaf een bepaalde leeftijd kan een vaccin vervallen.
Meer informatie vindt u op de website van het RIVM. Uitvoeringsregels RVP 2015/2016 of Basisschema’s Rijksvaccinatieprogramma’s 2013, laatste update 25-09-2015.
Zie ook het antwoord op de vraag; Kan je een eigen RVP-vaccinatieschema samenstellen?