Is een kind van twee maanden niet te jong voor vaccinatiea

Nee, vaccins kunnen zo worden gemaakt dat zij ook bij jonge kinderen werkzaam zijn.
 
We weten dat het immuunsysteem van pasgeborenen (al ver voor de geboorte) heel goed in staat is om op veel, maar niet alle, ziektekiemen te reageren en ook immuniteit op te bouwen. Ook is bekend dat vaccineren op zo’n jonge leeftijd niet schadelijk is voor (de ontwikkeling van) het kind.
 
Voor een aantal ziekten geldt dat deze juist bij heel jonge kinderen voor veel problemen zorgen. De antistoffen die het kind vóór de geboorte van de moeder heeft meegekregen, beschermen dan niet of onvoldoende (lang). Het is dan van belang dat kinderen immuniteit hebben opgebouwd vóór de meest kwetsbare periode door zo snel mogelijk te vaccineren.
 
Vooral in de laatste maanden van de zwangerschap krijgt het ongeboren kind veel antistoffen van de moeder. Die bescherming is echter beperkt en van korte duur. Beperkt, omdat niet alle afweerstoffen van de moeder het kind kunnen bereiken en, als zij het kind wel bereiken, niet altijd optimale bescherming bieden. Van korte duur, omdat na twee tot drie maanden de beschermende werking is verdwenen. Door kinderen te vaccineren als zij rond de twee maanden oud zijn, worden zij beschermd voordat de natuurlijke bescherming is verdwenen.
 
Het immuunsysteem van een gezond kind is bij de geboorte wel ver ontwikkeld, maar nog niet volgroeid. Dat is pas rond de tweede verjaardag het geval. Tot die leeftijd kunnen kinderen op sommige ziektekiemen onvoldoende of helemaal niet reageren, zoals de Hib-bacterie, de pneumokok en de meningokok. Dat heeft te maken met de opbouw van de ziektekiem. De vaccins zijn echter zo samengesteld, dat het immuunsysteem van jonge kinderen wel wordt geprikkeld om antistoffen te maken.

Bij de geboorte heeft een baby een maternale immuniteit; er worden antistoffen van de moeder doorgegeven aan het kind via de placenta en de moedermelk. Prematuren hebben een mindere maternale immuniteit omdat het placentair transport van immunoglobulinen vooral na de 32e week van de zwangerschap plaatsvindt.
 
Deze bescherming tegen besmettelijke ziektes is van groot belang voor de pasgeborene van wie het immuunsysteem nog volop in ontwikkeling is. De ontwikkeling van het immuunsysteem heeft meerdere jaren nodig om uit te rijpen en krachtiger te worden.
Zolang er maternale immuniteit is, kan de baby niet adequaat reageren op vaccins en over het algemeen worden na de eerste vaccinatie op 2 maanden nog maar nauwelijks antistoffen aangemaakt. Daarom worden de vaccinaties vaak herhaald, om het organisme toch maar te dwingen tot antistofrespons. Om deze reden worden bepaalde adjuvans toegevoegd aan een vaccin, bijv. aluminiumfosfaat of aluminiumhydroxide.
In Nederland is er een keuze tussen al of niet vaccineren. Bovendien kan dit worden uitgesteld bijv. tot het immuunsysteem rijper is en dat is pas na de tweede verjaardag.