Heeft het niet vaccineren van kinderen nadelige gevolgena

Ja, dat is mogelijk, zowel voor het kind als voor de volksgezondheid.

Sommige ouders laten hun kinderen niet inenten. Dat kan verschillende redenen hebben. Meestal maken ouders bezwaar vanuit hun geloofsovertuiging. Soms weigeren ouders vaccinaties vanuit levensovertuiging of omdat zij alternatieve geneeswijzen volgen. Ouders kunnen zich ook zorgen maken over de vaccinaties. Het komt maar heel zelden voor dat een kind om medische redenen niet gevaccineerd mag worden.

Een kind dat niet gevaccineerd is, is onvoldoende beschermd tegen de gevaarlijke infectieziekten. Het risico dat het kind de bewuste infectieziekte krijgt, is groter als het kind deel uitmaakt van een niet-gevaccineerde hechte gemeenschap. Hoe meer mensen vaccinaties weigeren, des te groter de kans dat uit ons land verdwenen ziekten weer de kop opsteken. Vaccineren beschermt dus niet alleen een individu, maar ook de hele bevolking. Een uitzondering vormt de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Deze vaccinatie is alleen gericht op individuele bescherming tegen baarmoederhalskanker.

Infectieziekten kunnen weer de kop op steken door bijvoorbeeld het toegenomen reizigersverkeer waardoor ziekten vanuit het buitenland Nederland binnenkomen. Of als ouders met kinderen zelf op vakantie naar het buitenland gaan. Zelfs in Europa komen bepaalde infectieziekten nog regelmatig voor, zoals bof, mazelen en rodehond.

De reden waarom een kind niet wordt gevaccineerd, wordt genoteerd op de oproepkaart die wordt teruggestuurd naar het RIVM. Dan weet het RIVM waarom bij het betreffende kind geen vaccinaties zijn uitgevoerd. Dat voorkomt het steeds opnieuw uitsturen van herhalingsoproepen voor deze kinderen. Wanneer een baby niet gevaccineerd is, krijgen de ouders wel weer een oproep als het kind 4 of 9 jaar is. Dit wordt gedaan omdat het mogelijk is dat ouders anders zijn gaan denken over vaccinaties of dat bepaalde medische redenen, die de vaccinatie in de weg stonden, zijn vervallen.

Kinderen die niet gevaccineerd zijn, hebben over het algemeen een heel goede en sterke gezondheid en minder last van chronische verkoudheden, chronische oorklachten, huidproblemen, afhankelijkheid van luchtwegmedicatie (pufjes), voedselintoleranties en gedragsproblematiek. Er wordt een relatie vermoed tussen de vaccinaties en het al jong optreden van diabetes type 1
De overheid (het RIVM) ziet graag dat de vaccinatiegraad van de bevolking hoog blijft, vanwege de angst dat de ziekten waartegen ingeënt wordt, anders weer meer gaan voorkomen. We zien in de statistieken dat er al forse dalingen in het vóórkomen van de ziekten te zien waren als gevolg van betere  leefomstandigheden, al voor de start van de vaccinaties ertegen.
Nader onderzoek zou hier meer duidelijkheid in kunnen brengen, maar voor deze onderzoeken wordt helaas geen geld vrijgemaakt.
Natuurlijk is een niet gevaccineerd kind ook wel eens ziek, maar het kind lijkt meer veerkracht te hebben.

Of ziekten waartegen wordt ingeënt weer de kop op zouden gaan steken bij daling van de vaccinatiegraad is een aanname, daarvoor bestaat geen enkele wetenschappelijke onderbouwing. Dat de bof en kinkhoest nog regelmatig voorkomen komt, omdat er andere stammen rondwaren dan die er in het vaccin verwerkt zijn. Virussen en bacteriën muteren gemakkelijk. Bovendien is de beschermingsduur van een vaccin niet onbeperkt. Bof, mazelen en rodehond zijn kinderziekten die bij kinderen onder de 8 jaar over het algemeen probleemloos verlopen met een levenslange immuniteit als gevolg. Alleen bij voldoende circulerende ziektekiemen krijgen kinderen de kans om deze ziekten voor het 8e jaar tegen te komen.
Het kan zijn dat ouders bewust kiezen om hun kind eerst de kans te geven de ziekte zelf door te maken en pas later opnieuw een overweging maken om eventueel te kiezen voor inenten.
Ouders die ervoor kiezen om niet het RVP te volgen zijn niet zozeer ‘weigeraars’ maar maken een eigen keuze vanuit een bewust standpunt t.a.v. het welzijn van hun kind.